Achtergrond over duiktheorie, wisselende thema...

Patent Foramen Ovale (PFO) als risicofactor
Er is nog zeer veel dat we niet weten over waarom en hoe een decompressieongeval ontstaat. Over gans de wereld worden daarom nog steeds wetenschappelijke studies ondernomen om een klaarder licht hierop te werpen. Eén van de studies die in België uitgevoerd werd van 1994 tot 1996 - met de steun van het Divers Alert Network, probeerde de mogelijke invloed te achterhalen van een aangeboren hartafwijking, het "Patent Foramen Ovale" of PFO, op de kans om een "onverklaard" decompressieongeval te krijgen.

PFO1.jpegPFO is aanwezig bij ongeveer 30% van alle normale mensen, dus ook bij duikers. Het is eigenlijk geen hartgebrek, maar een overblijfsel van de bloedcirculatie zoals die voor de geboorte bestond. Bij alle ongeboren babys bestaat een verbinding tussen de rechter en linker voorkamers van het hart: het Foramen Ovale. Op die manier loopt het bloed dat van de navelstreng komt (via de grote lichaamsader) rechtstreeks vanuit de rechter voorkamer naar de linker voorkamer, de linker kamer en zo naar de aorta of grote lichaamsslagader. Dit is nodig omdat bij de ongeboren baby de longen niet functioneel zijn, en dus bijna geen bloed ontvangen. Onmiddellijk na de geboorte, bij de eerste ademhaling, worden de longen gevuld met lucht. Door deze uitrekking wordt het bloed uit het hart aangezogen, en de kleine bloedsomloop wordt op enkele seconden tijd gevuld. Vanaf nu loopt al het bloed dat uit de grote lichaamsader komt, via de rechter voorkamer, door de longen, naar de linker voorkamer (en dus niet meer door het Foramen Ovale). Doordat er geen bloed meer doorheen stroomt, groeit deze verbinding dicht, op enkele uren tijd, en vanaf dan is het Foramen Ovale gesloten. Bij ongeveer 30% van alle mensen blijft er echter een minuscule opening bestaan, waar in normale omstandigheden geen of slechts een kleine hoeveelheid bloed doorheen stroomt: het "Patent Foramen Ovale" of PFO. Een PFO heeft geen enkel gevolg voor de gezondheid van de mens: het kan niet met een routine onderzoek opgemerkt worden en zelfs op hogere leeftijd betekent het geen enkel gevaar.

Bij duikers echter kan dit PFO theoretisch wel gevaarlijk zijn. We weten immers dat zelfs bij een duik waar alle decompressiestops gemaakt zijn, en zelfs bij diepere duiken die toch nog (net) binnen de veiligheidscurve verlopen, steeds kleine stikstofbelletjes in het bloed aanwezig zijn, tot méér dan één uur na de duik. Deze stikstofbellen bevinden zich in het bloed dat in de grote lichaamsader verloopt, en komen via de rechter voorkamer in de longen terecht. Hier worden zij gewoon uitgeademd, zodat zij geen aanleiding geven tot een decompressieongeval.

Indien nu een opening bestaat tussen rechter en linker voorkamer, dan is het mogelijk, dat enkele van deze belletjes via deze opening rechtstreeks naar de linker zijde van het hart kunnen overgaan, en dus niet uitgefilterd worden in de longen. Deze stikstofbellen zouden dan wél een decompressieongeval kunnen veroorzaken.

Het is echter nonsens om te beweren dat dit steeds het geval zou zijn: immers, dan zouden 30% van alle duikers een groot risico lopen bij elke duik... Het is dus zeer belangrijk om uit te zoeken in welke omstandigheden dit een risico betekent, en voor welke duikers.

Het is duidelijk dat PFO een oorzaak kan zijn van bepaalde vormen van decompressieongeval. Duikers die een onverklaard decompressieongeval hebben met symptomen die aan een letsel van de hersenen, het binnenoor of het bovenste deel van het ruggemerg te wijten zijn, dienen zich zeker te laten testen op PFO. Indien een belangrijk PFO aanwezig is, is dit waarschijnlijk een belangrijke factor geweest bij het ontstaan van het decompressieongeval. Als de duiker in kwestie later terug wil duiken, heeft hij er alle belang bij zijn duikgewoonten aan te passen.

Vergeet nooit dat een decompressieongeval niet veroorzaakt wordt door het PFO, maar wel door de stikstofbellen ! Er bestaan verschillende manieren om het aantal stikstofbellen te verminderen na een duik. Duiken binnen de veiligheidscurve (dus zonder verplichte decompressiestops), het beperken van de diepte van de duik tot ongeveer 30 meter, een trage opstijging (maximum 10m per minuut), het maken van een "veiligheidsstop" van 5 minuten op een diepte tussen 3 en 6 meter na elke duik: de combinatie van deze maatregelen zal de kans op stikstofbellen (en dus de kans op decompressieongeval) tot bijna nul terugbrengen. Ook het duiken met nitrox (maar waarbij wel de "lucht" tabellen aangehouden worden (en natuurlijk met een beperking van de diepte naargelang het zuurstofgehalte) zal het risico op stikstofbellen in zeer belangrijke mate verminderen. Ook duikers met een belangrijk.

 
  Copyright (c) 2006 Decompressieziekte.NL - Design/Hosting by AJsolutions (www.ajsolutions.nl)